Op 23 juni 2009 vond de Fleet workshop “How to involve and research the reader /consumer in the newspaper innovation process?” plaats in Gent. Aanwezig waren professionals en academici die met elkaar ideeën uitwisselden rond de plaats van de actieve gebruiker in het innovatieproces bij kranten. In een eerste deel werden de deelnemers getrakteerd op een aantal bevindingen uit het onderzoek dat zowel binnen het FLEET- als het ROMAS-project werd gevoerd naar de actieve respectievelijk mobiele nieuwsgebruiker. Ike Picone (VUB-IBBT-SMIT/FLEET) presenteerde er een aantal resultaten uit zijn kwalitatief onderzoek naar de produser of producing user: de gebruiker die ook zelf aan het nieuws deelneemt door het te delen, te evalueren, erop te reageren, etc. Hij identificeert drie belangrijke dimensies in het licht waarvan de beslissing van de gebruiker om te reageren kan worden gezien. Een persoonlijke dimensie waarbij de vaardigheden en intenties van de respondent centraal staan. Het kan hier gaan om computervaardigheden, maar even goed om taalvaardigheid of spelling, om passie of interesse. Deze elementen bepalen de zelfzekerheid van de respondent en de mate waarin zijn participatie al dan niet tot zelfvoldoening leidt. Vervolgens is er ook een sociale dimensie. Gebruikers bedenken wie hun publiek zal zijn: vrienden en familie, de medelezers van de nieuwssite, personen die meer of minder over het onderwerp weten dan zijzelf, etc. Ze wegen hierbij af of hun bijdrage iets kan betekenen voor hun potentieel publiek. De derde dimensie is inhoudelijk: naarmate de het nieuws nauwer aansluit bij de levenssfeer van de gebruikers is hun bereidheid tot participatie groter. Ike Picone
| | Tim Van Lier
| Bij Tim Van Lier (VRT/ROMAS) stond de mobiele nieuwsgebruiker centraal. Hij benadrukt het belang van een dialoog tussen onderzoekers en ingenieurs. Resultaten uit gebruikersonderzoek dienen namelijk vertaalt te worden naar concrete aanbevelingen naar de ingenieurs toe en deze vertaling speelt een grote rol bij het innovatieproces. Hij geeft ons een overzicht van de Living Lab methodologie die gebruikt word in het ROMAS onderzoek en waarbij gebruikers met PDA’s de stad werden ingestuurd hun ervaringen ermee door de onderzoekers werden opgetekend. Zo zien we dat er geen ene mobiliteit is, maar verschillende. Tijd, plaats en context geven aan die ervaring vorm. Nomadisch gebruik lijkt trouwens een betere term om dit te omschrijven, want ze gebruiken de media niet echt tijdens het bewegen, maar eerder wanneer ze zich even settelen. Nieuws willen ze dan ook in dergelijke ‘in between’ momenten gebruiken. Mensen hebben verschillende ritmes wanneer ze hun thuis verlaten: planners, spontane ontdekkers, etc. Mensen kunnen op verschillende momenten een andere rol aannemen eens op pad en Tim benadrukt dan ook hoe belangrijk het is dat technologie mensen in deze flow volgt zodat zij niet gehinderd worden in hun ervaring. Deze verschillende ritmes vergen nu eens gestructureerde of formele informatie, dan weer niet-gestructureerde of informele. Uit de discussie die deze presentaties volgde, werd ondermeer aangehaald hoe belangrijk het gebruiksgemak is van het apparaat zelf alsook de prijs van mobiele data-abonnementen. Henrik Eklund wees ook op onderzoek bij Nokia waaruit bleek dat per dag 15 minuten mobiele televisie binnenshuis wordt bekeken, wat er op wijst dat het gedrag van gebruikers niet zo snel verandert. Ides Debruyne vroeg zich af hoe nieuws juist gedefinieerd werd in deze verschillende onderzoeken en het belang ervan. Ike Picone vroeg de vertegenwoordigers van de nieuwsgroepen in de zaal wat zij verwachten van gebruikersonderzoek. Ze kennen het gebruik vooral in cijfers, maar hebben weinig zicht op gebruikersprofielen. Herman Verstraelen liet ook verstaan dat het managen van de instroom aan UGC niet evident is. Dominique Deckmyn wijst dan weer op het gebrek aan kennis over sociale media. Na de pauze was het aan Jo Pierson om de genodigden te trakteren op zijn ideeën rond gebruikers, innovatie, design en de verschillende benaderingen er op. Centraal hierbij was de Living Lab benadering die binnen het SMIT gebruikt wordt om gebruikersonderzoek te kaderen in een groter geheel. Hierbij heeft men oog voor de sociale, economische en technologische factoren bij het innovatietraject.
|
| Jo Pierson Kernpunten van deze benadering zijn: de respondenten blijven in hun natuurlijke omgeving, people centred design, verschillende gebruikers en vormen van betrokkenheid bekijken, innovatie vanuit de respondenten valideren door het meteen te testen in hun natuurlijke omgeving en inzichten vanuit de gebruikers naar toekomstige ontwikkelingen toe. De Living Lab benadering wil zoveel mogelijk betrokken actoren laten deelnemen aan het innovatieproces, juist omdat er zoveel facetten een invloed hebben op dat proces. Vanuit dit perspectief moeten ook kranten samenwerken bij de ontwikkeling van nieuws producten en diensten. Verder benadrukt hij dat we moeten spreken over people en niet human centred design omdat we ook oog moeten hebben voor de sociale relaties tussen mensen en hun impact op het gedrag van gebruikers en dat designstudies alsook andere onderzoekstradities nuttig kunnen zijn naar innovatie toe. Tenslotte had Jo het ook over creative destruction, wat doelt op het keerpunt in de evolutie van een technologie waar een heel deel traditionele instituties verdwijnen ten voordele van nieuwe. Henrik Eklund was de keynote spreker en nam ons mee doorheen zijn ervaringen en visies op innovatie in de krantensector. Als voormalig internet entrepreneur is hij nu als hoofd digitale distributie bij Associated Press verantwoordelijk voor de digitale strategie van het bedrijf de komende jaren. Hij geeft ons een paar trends mee die hem bezig houden. De advertentie-inkomsten dalen drastisch en de crisis scherpt dit enkel maar aan. Terwijl de consumptie van nieuws online lijkt te stijgen, blijven uitgevers slecht presteren in termen van omzet. Niet alleen kranten, maar ook media in het algemeen en zelfs reclamebureaus worstelen, zowel online als offline en ze weten niet precies waarom. We zitten volgens Henrik op een keerpunt waarbij internet en de snelle manier waarop nieuws er op wordt gedeeld de basis van de traditionele media volledig op zijn kop zet. Organisaties zoals nieuwsmedia, maar ook telecombedrijven proberen, maar slagen er niet in om te anticiperen. Ze kijken daarbij niet naar degelijke business models. Volgens Henrik kunnen mensen immers nog bereid gevonden worden om te betalen voor nieuwsdiensten. Dit is ook nodig volgens hem, want zelf bedrijven met gigantische gebruikersaantallen zoals Youtube slagen er niet om dit te monetiseren, laat staan dat kranten hier in zouden slagen in hun huidige vorm. Hij ziet het gebruik van traditionele media dalen door de concurrentie van andere, nu ook mobiele spelers. Toch meent hij dat de digitale extensies van traditionele media een sterkere positie aan het innemen zijn omdat hun echte doel verder reikt dan louter adverteerders voorzien van een publiek, namelijk mensen informeren. Mensen voelen dit ook aan volgens hem en hij blijft ervan overtuigd dat mensen bereid zijn om te betalen voor nieuws dat ze vertrouwen.
Henrik Eklund Bedrijven moeten hierbij hun rol herbekijken. AP werd oorspronkelijk opgezet door de Amerikaanse kranten om kosten te drukken door te besparen op het aantal buitenlandse correspondenten? Nu is een foto doorsturen echter zo gemakkelijk dat deze toegevoegde waarde verdwijnt. Wat kan AP met zijn bedrijfscultuur en –structuur betekenen voor de markt. In het geval van AP denkt hij bijvoorbeeld aan het helpen vrijwaren van rechten voor hun klanten. Hij wijst hierbij dat innovatie pas echt moeilijk word wanneer aan de structuur van het bedrijf moet worden gesleuteld.
|