Zoek:

Inhoudstafel website:

Online reageren is meer dan schelden

  • Ike Picone
  • Sari Depreeuw
Publicatiedatum: 13/08/2009

Een mens spitst wel eens de oren wanneer hij hoort wat de medemens denkt over bepaalde gebeurtenissen uit het nieuws. Tegenwoordig hoef je daarvoor niet op café te gaan of te luistervinken op de tram. Op een online nieuwssite krijg je haast onder ieder artikel een bonte veelheid aan reacties voorgeschoteld die je meteen vertellen hoe andere lezers of (online) goegemeente erover denken. Het kan liggen aan de komkommertijd die Zomer heet, maar niemand kan er om heen dat de ontsnappingen van gedetineerden de afgelopen weken een schier eindeloze tirade op het Belgische web veroorzaakten, in alle mogelijke communities en op sociale netwerken, maar ook bij gevestigde nieuwssites (Politie geeft foto's ontsnapten vrij, DSO, 4/08/2009). Naarmate meer mogelijkheden geboden worden om te reageren en de meningen variëren in inhoud en argumentatie rijst ook een aantal vragen omtrent de rol van nieuwsredacties en de manier waarop zij met opinies op hun sites moeten of kunnen omgaan. Zoals de lezersreacties nu online komen kan de meerwaarde van deze vorm van gebruikersparticipatie in vraag gesteld worden, op verschillende vlakken.

Wat dragen deze lezersreacties journalistiek bij?  In navolging van de Raad voor de Journalistiek kan het onderscheid gemaakt worden tussen bijdragen van lezers die onder "opinie" vallen en deze die als "informatie" bestempeld kunnen worden.

Vele nieuwssites bieden lezers een forum om hun opinie wereldkundig te maken, om hun meningen en ideeën te delen. Maar wat brengt dit bij tot een journalistieke site?  De schijnbaar oneindige stroom aan reacties die op een artikel volgt doet soms denken aan een ‘klaagmuur’, eerder dan aan een discussie of een dialoog.  Lezers krijgen de mogelijkheid om hun ei te leggen, maar als dit het enige doel is dan is een nieuwssite misschien niet de ideale plaats?   Andere lezers vinden er misschien niets aan of, erger nog, ergeren zich aan het gebrek aan nuance, aan de beledigende of de agressieve toon van de reacties. De Nederlandse nieuwssite Nu.nl heeft zo zijn fora en reactiemogelijkheden ondergebracht onder de zustersite Nujij.nl. Op die manier vermijdt Nu.nl ook dat de negativiteit van bepaalde reacties afstraalt op zijn merk. Heeft de redactie daarentegen de bedoeling op haar lezersruimte het volk aan het woord te laten, dan het bezwaar gemaakt worden dat de stem van het volk nauwelijks weerklinkt in een honderdtal reacties. Maar misschien kunnen redacties kiezen om de meest relevante, treffende, inspirerende of rake opinies te publiceren. Op die manier sporen ze mensen ook aan om niet louter hun gal te spuwen, maar onderbouwde opinies te formuleren die een meerwaarde hebben voor de site.

Anderzijds kunnen lezersreacties feitelijke informatie bevatten.  Zoals deze informatie online verschijnt is van respect voor de journalistieke deontologie  geen sprake.  Bronnen worden niet vermeld of geverifieerd, de correctheid van de informatie wordt niet nagegaan - maar dat kan van gewone lezers misschien ook niet verwacht worden.  Op een nieuwssite waar de journalistieke, redactioneel verwerkte informatie de hoofdmoot uitmaakt, is de meerwaarde van de publicatie in rauwe vorm twijfelachtig. Is het dan niet aan een redactie om er voor te zorgen dat wat er op haar nieuwssite verschijnt - zelfs al gaat het dan om bijdragen van lezers - voldoet aan de basisprincipes van het journalistieke werk? Op de website van de krant De Tijd worden discussies gemodereerd en worden effectieve onjuistheden en irrelevante commentaren verwijderd. Maar misschien kunnen journalisten ook verder gaan, door meer in contact te treden met de mensen die reageren. Zo kunnen ze bijvoorbeeld de reacties met een informatieve relevantie meer zichtbaarheid geven, misschien zelfs opnemen in een artikel, reacties met onjuiste informatie beantwoorden met correcties, aanvullingen of duiding, de auteur van een foute bijdrage vragen naar zijn bronnen, etc. “Journalistiek is een conversatie geworden” zegt Dan Gilmor, een autoriteit op het vlak van burgerjournalistiek, wat betekent dat journalisten van zich moeten laten horen. De Nederlandse krant nrc.next heeft zo haar website door een blog vervangen waarop dagelijks een tiental opmerkelijke berichten staan die het nieuws duiden en/of linken naar interessante zaken elders op het web, maar waar ook twee vrijgemaakte journalisten de meeste posts schrijven en de reacties bijhouden en erop reageren.

Wat betekent dit voor de journalist? Dat deze de beperkte tijd die hij heeft nog moet gaan verdelen om met zijn lezers in dialoog te gaan is, toegegeven, veel gevraagd. Dit betekent niet enkel dat journalisten nieuwe taken moeten opnemen (modereren, extra informatie aftoetsen, etc.), maar misschien ook dat één publicatie meer tijd zal vergen. Toch hoeft dit niet zo te zijn: uit de reacties op artikels kunnen relevante bijdragen gezocht worden en, met kaderende reflecties van de journalist, in een nieuw artikel verwerkt worden zonder dat dit uren in beslag hoeft te nemen. Opnieuw worden lezers op die manier gemotiveerd om eigen ervaringen te delen, sterke opinies of nieuwe informatie te leveren, omdat er daadwerkelijk iets mee gebeurt. Dit hoeft trouwens niet bij elk artikel te gebeuren, maar bijvoorbeeld enkel bij artikels die zeer veel reactie uitlokken.

Dit kan ook voor uitgevers belangrijk zijn. Vaak is de achterliggende idee dat, door de nieuwssite open te stellen voor de lezers, meer bezoekers aangetrokken worden (trafiek) of dat een community rond de site ontstaat, wat ook op commercieel vlak vruchten kan afwerpen. Maar worden op die manier wel de juiste mensen aangesproken? Een belangrijk punt is hier is dat het publiek van een nieuwssite meer volatiel is en van de ene site naar de andere hopt. De reacties komen dus niet noodzakelijk van de "eigenlijke" lezers van de (online of gedrukte) krant, maar even goed van bezoekers die en passant hun mening overal een beetje  spuien. De reacties weerspiegelen dus niet de ideeën die leven in de "echte" community rond de nieuwssite. De scheldtirades en nietszeggende opinies die je zelfs op "kwaliteitssites" kan tegenkomen, zijn immers zelden onverantwoord interessant en na het lezen ben je misschien wel gebeten, maar vaak ben je niet veel wijzer...

Omdat de kwaliteit van reacties – op zijn zachtst gezegd - wel eens wil variëren, zou een selectie dus welkom zijn. Dit is minder evident dan op het eerste zicht lijkt. Natuurlijk heeft ook een lezer het recht zijn mening te uiten maar dat betekent niet dat een redactie allerlei schunnigheden op haar forum moet tolereren. Maar wanneer over selectie wordt gesproken, rijst meteen de vraag welke criteria een redactie hanteert. In de eerste plaats wordt de expressievrijheid beperkt door wetten en zijn bijvoorbeeld bepaalde lasterlijke, racistische uitingen of reacties waarin intieme details uit het privé-leven van derden naar buiten gebracht worden uit den boze. Dit lijkt vanzelfsprekend maar dat is het in de praktijk hoegenaamd niet. De regels zijn vaak erg complex en zelfs voor specialisten vaak moeilijk toe te passen. Wanneer gaat iemand over de schreef wanneer hij zich al te kritisch uitlaat over een ander? Het is vaak een delicate afweging waarbij allerlei feiten in acht moeten worden genomen. Los van de wettelijke bekommernissen kan een redactie bovendien eigen, strengere richtlijnen hanteren om de discussies relevant te houden of tenminste de goede smaak te bewaken, zonder het debat onnodig stil te leggen. Verder doen redacties beroep op hun lezers, die een alarmbelletje kunnen luiden wanneer er “ongepaste inhoud” gepost wordt. Soms hebben redacties wel de neiging om het zekere voor het onzekere te nemen en bij een klacht de reactie onmiddellijk te verwijderen, terwijl de bezwaren niet altijd gegrond zijn... Onzekerheid over wie welke aansprakelijkheid draagt voor deze opinies maakt het voor de redacties en de uitgevers nog moeilijker om een houding aan te nemen. Het is voor redacties zoeken waar de grens ligt, een onzekerheid waar de Vlaamse Raad voor de Journalistiek met een Richtlijn over de omgang van de pers met gebruikersinhoud (maart 2009) aan antwoord op heeft willen bieden.

Indien redacties en journalisten niet in dialoog treden met het actieve online publiek, maar de ruimte om te reageren op hun website enkel aanbieden om verzuchtingen te verzamelen en trafiek naar hun krantenwebsitte genereren, dan kunnen we ons de vraag stellen wat de meerwaarde van deze technologie is. De afgelopen jaren zijn kranten wereldwijd gaan experimenteren met nieuwe technologische mogelijkheden (ratings, comments, blogs, etc.). Online media hebben de afgelopen jaren wat geëxperimenteerd met nieuwe technologieën en het blijft zoeken hoe zij op het Web een even relevante rol kunnen spelen zonder financieel kopje onder te gaan. Zoals ook het online gratis aanbieden van redactioneel waardevolle inhoud steeds nadrukkelijker in vraag gesteld wordt(Murdoch, 5 augustus 09) en het hergebruik door allerlei content aggregators aangeklaagd wordt (European Publishers Council, Hamburg Declaration, juli 2009), is ook de plaats die aan lezers - voortaan "actieve gebruikers" - gegeven wordt aan een evaluatie toe. Tenzij redacties en journalisten de gebruikersbijdragen bewerken, structureren, selecteren en met hun actieve publiek in dialoog treden, blijft het voor velen een mysterie waarin de meerwaarde van deze nieuwe technologieën schuilt. Het is dus aan uitgevers en redacties om op basis van hun eigen ervaringen de balans op te maken, bij te sturen waar nodig en, als de slotsom negatief blijkt, de stekker er uit te trekken.

Dit artikel verscheen op donderdag 13 augustus eveneens op de opiniepagina van De Standaard en op De Standaard Online. Daar kan, net als hier, gereageerd worden.


Er zijn tot nu toe 5 opmerkingen op dit artikel...

1. Annemie Vrints (13/08/2009 - 11:00:05)

Het was te denken,snoer het volk de mond.Reeds lang klagen vele gattitreerde opinie journalisten dat zij het monopolie op meninguiting niet meer hebben.Forums zijn leuk om lezen,verschillende meningen die botsen en niemand is verplicht ze te lezen.Is het ventileren van genoegen of ongenoegen van zij die zich anders niet hun opinie kunnen laten horen of naar wie niet geluisterd wordt geen meerwaarde?

2. Marijke Verboven (13/08/2009 - 12:34:19)

Probleem is dat al die reacties niet van 'het volk' zijn, wel van zij die het medium lezen en zich geroepen voelen om te reageren. De meest radicale reacties dus. Die mogen gehoord worden, daar niet tegen. Maar ze mogen niet gepresenteerd worden als 'de mening van het volk'. En daarom horen ze, volgens mij, niet thuis op een nieuwssite.
Maar ik heb misschien nog een groter probleem met de online polls, die vervolgens in de tv-nieuwsuitzending verwerkt worden. De vragen zijn vaak suggestief, de mogelijke antwoorden niet volledig en de steekproef is allesbehalve representatief. Ik kan me voorstellen dat sociale wetenschappers dit geen goede evolutie vinden. Zegt FLEET hier iets over?

3. Annemie Vrints (13/08/2009 - 20:09:34)

Deelnemers op een forum lezen ook de opinies van anderen.Het trekt het debat open,dit kan spijtig genoeg in bepaalde landen niet straffeloos,gelukkig hier nog wel. De mening van veel mensen zal men inderdaad nooit horen voor zover ze al een mening hebben. Spijtig.

4. Ike (15/08/2009 - 11:31:03)

Beste Marijke,
wij besteden binnen Fleet ook aandacht aan dergelijke polls, vooral vanuit de gebruikerskant dan. Zo zien we dat het voor mensen een drempel kan zijn om op dergelijke polls te stemmen om de redenen die jij aangeeft: het wordt voorgesteld als de stem van het volk, maar is in realiteit helemaal niet representatief. Andere mensen doen het puur uit plezier en staan dus niet stil bij deze representativiteit, vaak omdat ze weten dat er toch niets mee gebeurd. Ik weet niet precies naar welk programma je concreet refereert, maar indien zij dit laten uitschijnen als zijnde representatief dan kunnen we ons daar inderdaad vragen bij stellen. Met vriendelijke groeten.

5. Matthieu van den Bogaert (15/08/2009 - 14:07:24)

Hello,

zeer goed artikel en gedachtesprongen waar ik me volledig in kan terugvinden. Daar waar jullie het fenomeen van online reacties bekijken vanuit een journalistieke invalshoek, bekijk ik dergelijke zaken graag vanuit een marketinginvalshoek. Ik spreek in die context graag over de hypodermic frustration theory als een tegenstelde van de hypodermic needle theory...

http://i-love-data.blogspot.com/2009/08/hypodermic-frustration-theory_15.html

MaT


Uw reactie achterlaten:






(*) Verplichte velden

Uw e-mail adres zal nooit publiek vertoond worden op de site.

Enkel volgende elementen worden aanvaard bij het versturen van uw reactie:

  • * em
  • * strong
  • * blockquote
  • * code